Ina Vonk wint rechtzaak Windturbine Grote Sloot 158

Het bepaalde in artikel 3.14a, derde lid, staat er dan ook niet aan in de weg dat een aanzienlijk lager dan gemiddeld achtergrondgeluidsniveau kan worden aangemerkt als een bijzondere lokale omstandigheid. Aangezien verweerder in de milieuvergunning rekening heeft gehouden met het lage achtergrondgeluidsniveau en in het Windbeleid is bepaald het achtergrondgeluidsniveau als grenswaarde aan te houden, is de rechtbank van oordeel dat het lage achtergrondgeluidsniveau in dit geval moet worden aangemerkt als een bijzondere lokale omstandigheid als bedoeld in artikel 3.14a, derde lid, van het Barim. De geluidsvoorschriften van de milieuvergunning vallen binnen de bevoegdheid van verweerder tot het stellen van maatwerkvoorschriften. Dit betekent dat het overgangsrecht van toepassing is. De geluidsvoorschriften van de milieuvergunning gelden dus gedurende drie jaar na 1 januari 2011 als maatwerkvoorschriften. Omdat de windturbine in werking is met inachtneming van de op grond van het Barim geldende algemene geluidsnormen en niet wordt voldaan aan de strengere geluidsnormen uit de milieuvergunning, is verweerder bevoegd handhavend op te treden. De rechtbank is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan in dit geval van handhavend optreden zou moeten worden afgezien. Het beroep is gegrond, het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen. De gehele uitspraak is hier te lezen: 

Uitspraak maatwerk Overgangsregeling Ina Vonk

This entry was posted in Laatste nieuws. Bookmark the permalink.

Comments are closed.